Menu

Wanneer ik een naar een live-concert luister van een big band, moet ik altijd huilen. Die klank vind ik zó mooi, die doet echt iets met me,” bekende een leerling me eens. Klank is magisch, het kan rechtstreeks bij je binnen komen. Boem! Maar hoe komt het nou, dat klank zo’n effect kan hebben?

Klank spreekt je rechter hersenhelft aan. Daar zit je gevoelsleven. Je linker hersenhelft is de kant van het denken, van het analyseren. Klank kan diepere lagen aanspreken. Die waar emoties of herinneringen opgeslagen zijn. Wanneer deze met klank ‘aangeraakt’ worden, kan er heel veel loskomen. En ga je bijvoorbeeld huilen. Of wordt je juist blij.

Wat heeft dit nou met improviseren te maken? Voor mij heeft improviseren héél veel te maken met klankbeleving. Door klanken te leren (her)kennen, en je bewust te worden van klanksensaties in jouw lichaam, kun je ze in je improvisaties gebruiken. En hier kun je steeds een stap verder in gaan. Tenminste, als je bij het leren improviseren je rechter hersenhelft aanspreekt. Je gevoel. Of, zoals sommigen ook weleens zeggen, 'spelen vanuit je hart' of 'vanuit je onderbuik'.

'There is a crack in everything. That's how the light gets in.' – Leonard Cohen

Geloof jij dat je jezelf alles kunt aanleren? Of denk je dat je nou eenmaal goed bent in bepaalde dingen, en in andere dingen niet? Zoals bijvoorbeeld in improviseren, op gehoor spelen, of in het creëren van muziek. Ik las hierover laatst een interessant artikel in De Correspondent. Het ging over de Mindset- theorie van de Amerikaanse psychologe Carol Dweck.  De essentie van haar idee: als je erop vertrouwt dat je kunt leren door oefening, neemt je leervermogen toe. Dat noemt ze een ‘growth mindset’. Omgekeerd staat geloof dat je aanleg moet hebben om iets echt goed te kunnen, je ontwikkeling in de weg. Dan heb je een ‘fixed mindset’. Het vermogen om te leren heeft volgens haar dus te maken met de overtuiging die jij hebt over de rekbaarheid van je intelligentie, je talenten en je capaciteiten.

Licks of loopjes uit een solo kunnen je flink wat muzikale bagage opleveren. Maar dan moet je ze wél op de juiste manier oefenen, anders is het best zonde van je tijd. Oefen geen licks uit een boek, zoals ik de vorige keer al schreef, maar zoek ze op gehoor uit. Licks uit een boek blijven niet hangen. En worden daarmee geen onderdeel van jouw spel, van jouw improvisatietaal. Een loopje dat je op gehoor hebt uitgezocht blijft je vaak beter bij. En past meestal van nature al bij het muzikale niveau dat jij hebt. En als je daar ook nog eens leuke oefeningen meedoet, er mee gaat kneden, knutselen, spelen en variëren, dan wordt een mooi loopje van bijvoorbeeld Chet Baker een loopje van jou.

Nadat ik je heb verteld wat je -volgens mij- allemaal beter niet kunt doen wanneer je wilt leren improviseren, geef ik je vandaag een voorbeeld van wat je wél kunt doen.

Mijn (ik overdrijf even) negatieve studie-advies 'oefen niet uit een boek' zorgde voor wat ophef over de mail. Maar voor mij is het weinig zinvol geweest om licks en patterns al lezend te oefenen, en bovendien vond ik het oersaai. Maar het oefenen van licks -loopjes- op zich kan je wel veel opleveren. Want deze kunnen je vocabulaire, oftewel muzikale bagage geven. De manier waaróp je die loopjes oefent bepaalt echter of dit zinvol is of niet.

In mijn vorige blog deelde ik met jouw vier veelgemaakte vergissingen die worden gemaakt bij het leren improviseren: (1) denken dat je het niet kunt, (2) oefenen uit een boek, (3) doen wat anderen goed vinden en (4) in je eentje blijven oefenen.

Eerlijk zeggen, welke van deze vergissingen herken jij? Ik beken: ik heb -in mijn conservatoriumtijd- héél erg veel uitgeschreven solo's uit boeken gespeeld. Ik heb er erg goed noten door leren lezen, maar ik leerde er geen betere solo's door spelen. Ik ben benieuwd naar jouw ervaring! Deel jouw reactie onderaan dit blog.

Er worden nog meer vergissingen gemaakt. Ik deel ze hier met jou.

Vanaf het moment dat ik zelf jazz ontdekte, wilde ik altijd graag weten wát nou het beste werkt om beter te leren improviseren. Wat en hoe moet je nou oefenen? Naar wie kun je het beste luisteren? De adviezen waren nogal uiteenlopend en met wisselend resultaat. En wat voor mij werkt, werkt niet persé voor jou. (Dat is iets wat ik wekelijks leer van mijn leerlingen. Ik moet op zoek naar wat werkt voor hén). Maar er zijn ook overeenkomsten. En zo komt het dat ik je op een aantal veel gemaakte vergissingen kan wijzen die jíj kunt voorkomen wanneer je beter leert improviseren. Het zijn er acht. De eerste vier deel ik hier met jou. De volgende vier deel ik met je in mijn volgende blog.

Improviseer jij wel eens over een blues? Maak je hierbij wel eens één van de volgende situaties mee?

  • het lukt je niet echt om je met de harmonieën en de sounds van de blues te verbinden, of;
  • je kunt het akkoordenschema niet bijhouden, of;
  • je bent heel snel door je ideeën heen, omdat je nog niet zoveel mogelijkheden kent om te spelen over een blues

Herinner je je de momenten wanneer muziek jou werkelijk raakte? Je voelde de muziek in je lichaam, en niemand hoefde jou te vertellen dat de muziek goed was. Die magische kracht heeft muziek. En die magie zit ‘m niet in de muziektheorie, of in de ladders, of in de juiste akkoordprogressies. De magie zit ‘m veelal in de klanknuance.

Want wij mensen reageren niet op hoe muziek klinkt, maar op hoe muziek voelt. Het is dus belangrijk hoe de muziek voelt. Geeft muziek je een goed gevoel? Wil je meer? Kun je er door ontspannen? Wil je juist graag bewegen? Bij mij smelten dagelijkse beslommeringen als sneeuw voor de zon, krijg ik heel veel nieuwe ideeën en wordt opruimen ineens een makkie.

Onlangs nam ik een aantal filmpjes op met tips die je kunt gebruiken om een jazzstandard in te studeren. Deze filmpjes stuurde ik naar de deelnemers van mijn workshop, zodat zij zich optimaal konden voorbereiden. Maar ik deel de tips ook graag met jou. Ze zijn bedoeld voor de speler die ervaring heeft met improviseren en graag op een jazzstandard wil (leren) improviseren.

Safeties off, senses sharp, focus up. Here comes The Jam Sessions - Kyteman

Een concert geven met een orkest zónder van te voren songs te hebben ingestudeerd. Zonder melodieën, akkoorden of grooves te hebben afgesproken. Zonder setlijst en vaststaand repertoire. Alles wat gespeeld wordt ontstaat ter plekke, en is eenmalig. Elk concert is daarmee uniek. Is dat mogelijk?

„Waarom lukt het mij in jouw workshop wél om te improviseren, maar wanneer ik een solo in mijn big band moet spelen totaal niet?”, aldus Sylvia tijdens een workshop. Ik leg uit dat ik haar een opdracht heb gegeven waarbij de vrijheid enerzijds en de afspraken anderszijds in balans zijn. Wanneer ik een te vrije opdracht zou geven zou dat al gauw tot chaos kunnen leiden. „Ik doe maar wat”, is dan een veel voorkomend gevoel.