Menu
Ken jij iemand in jouw omgeving die ooit gestopt is met muziekles omdat hij of zij geen zin meer had in saaie etudes en techniekoefeningen? Of heb je wel eens iemand horen vertellen dat hij of zij zichzelf lui vindt en zegt: "Als ik vroeger wat meer doorzettingsvermogen had gehad kon in nu heel goed spelen op mijn instrument."
 
Oefening baart kunst. Dat ben je vast met me eens. Maar, wat vind jij? Moet oefenen zwaar zijn? Moet je afzien en buffelen? Wij westerlingen vinden meestal van wel. Het zit diep in onze cultuur geworteld dat we vinden dat je nu hard moet werken om later beloond te worden door het resultaat. Maar, de technische oefening zelf is niet saai, wij zijn het die de oefening saai máken. Bijvoorbeeld omdat we die oefening uitvoeren zoals we denken dat het hoort. Je hoeft geen saaie oefeningen te doen, maar je moet wel iets oefenen. Maar wát dan? Hoe dan wel?
"Het verschil tussen een goede en een slechte speler is het gemak waarmee iemand speelt." (uit Effortless Mastery - Kenny Werner)
Aan de ene kant heb je techniek: bijvoorbeeld de grepen op je instrument, het gemak waarmee je de noten achter elkaar speelt, en dat binnen allerlei toonsoorten. Aan de andere kant heb je creativiteit: de ideeën die jij hebt, variaties die ontstaan uit jouw brein, het vermogen om dingen om te keren, te veranderen, op een totaal andere manier te benaderen dan je muzikale collega, omdat jullie nou eenmaal niet dezelfde persoon zijn. En deze twee kanten, techniek en creativiteit, heb je beiden nodig wanneer je beter wilt leren improviseren. Ze versterken elkaar: je hebt iets van techniek nodig om jezelf uit te kunnen drukken, en wanneer je improviseert, versterk je je technische vaardigheden door ze in praktijk te brengen.

Stel je voor: je kiest een nieuw instrument om te leren spelen. Vol verwachting en enigszins gespannen ga je naar je eerste les. Tijdens deze eerste les vertelt je docent je dat je over 6 weken je eerste optreden hebt met een orkest. Waaaat....over 6 weken? Maar...., maar...,  je weet nog niet eens hoe je je eerste noten moet spelen, of hoe je een mooie klank uit je instrument kunt krijgen. Laat staan dat je weet waar alle noten zitten. Er zit niets anders op, je zult je door het optreden heen moeten 'faken'.

Dit klinkt niet erg realistisch, en zeker niet motiverend. Het klinkt zelfs best belachelijk, vind je ook niet? En toch...... wordt er op deze manier vaak genoeg lesgegeven als het om improviseren gaat.

"Mijn grootste frustratie is dat ik maar een zeer beperkt muzikaal vocabulaire heb". Aldus Frits in reactie op mijn vraag "Wat is jouw grootste frustratie op het gebied van improvisatie?" In een reeks video's en blogs zal ik een aantal frustraties of problemen van cursisten of lezers van dit blog behandelen. Ook die van jou. Want je bent meestal niet de enige die een probleem ervaart. Ik kom onder mijn cursisten doorgaans veel dezelfde vragen of problemen tegen. Ik geef je daarom graag tips over hoe je jouw improvisatiefrustratie kunt halveren.

Wat is jouw grootste frustratie op het gebied van improvisatie? In een reeks video's zal ik een aantal frustraties of problemen van cursisten of lezers van dit blog behandelen. Ook die van jou. Want je bent meestal niet de enige die een probleem ervaart. Ik kom onder mijn cursisten doorgaans veel dezelfde vragen of problemen tegen. Ik geef je daarom graag tips over hoe je jouw improvisatiefrustratie kunt halveren. (bekijk de video of lees verder).

Alsof je op een feestje komt dat al 80 jaar aan de gang is, en waar jij heel graag wilt meedoen en meepraten. Zó kan het voelen wanneer je wil leren improviseren, of wanneer je verder wilt komen met je improvisaties. Er zijn ZO veel keuzes en mogelijkheden. ZO veel theorie, techniek, vaardigheden, repertoire. Altijd weer mensen die al veel meer kunnen dan jij. Waar moet je in godsnaam beginnen?

Tussen al mijn goedbedoelde blogs en adviezen, online cursussen, lessen en trainingsprogramma’s is er geloof ik één advies dat steeds weer terugkeert. Zowel aan de beginners (die net bij het feestje binnenkomen) als aan de gevorderden (die al heel wat jaren meepraten) en iedereen die daar tussenin zit. Komt-ie:

Wanneer kún je het nou eigenlijk? Wanneer improviseer je nou eigenlijk ‘goed’? Ik denk dat je goed kunt improviseren wanneer je kunt ‘zeggen’ wat je muzikaal te zeggen hebt … op je instrument. In mijn E-book schreef ik al: “Jezelf zijn en jezelf spelen, dát is goed improviseren”. Dus wordt het tijd om jezelf af te vragen: “wat heb ik nou eigenlijk te vertellen?”

Iedereen is in staat zich muziek te verbeelden. Ongeacht het niveau dat je hebt. Improviseren gaat over het zelf creëren en fantaseren van muziek. Jouw instrument is hierbij een verlengstuk van de muzikale stem in je hoofd. Alles wat je kunt zingen, kun je ook (leren) spelen op je instrument. Zingen ja. Of neurieën, hummen. Eng? Misschien. Maar ook de meest eerlijke vorm van muziek maken die er mijns insziens bestaat.

Heb je weleens een gesprek geprobeerd te voeren met iemand die maar niet stopt met praten? Zo'n ein-de-loze woordenstroom waar geen eind aan lijkt te komen? Je gedachten dwalen al gauw af. Je verzint een smoes, dat je nu écht wegmoet omdat je een afspraak hebt ofzo. Om een verhaal goed over te brengen op degene die luistert, is het van belang zijn of haar aandacht vast te houden. Ok. Vertaal dit HELE voorgaande stukje nu eens naar muziek. En leer hoe je met het toevoegen van een geheim ingrediënt je solo's wél impact kunt geven. 

"Ik heb mezelf mijn hele leven van alles aangeleerd door héél hard te werken. Dat werkte alleen niet in de muziek. Daarvoor moet je gewoon muzikaal zijn, dacht ik altijd. En dat ben ik niet. Maar nu blijkt dat ik het tóch kan leren." Aldus Tom, die voor zichzelf 5 privécoachings-sessies boekte bij mij. Aanleiding van deze hartverwarmende uitspraak waren een aantal timing-oefeningen die ik hem leerde. Door deze oefeningen leerde Tom de puls, de hartslag van de muziek te voelen. En kan hij zich wérkelijk verbinden met de muziek. Aantoonbaar resultaat was een staande ovatie van zijn bandleden toen hij tijdens de repetitie een geslaagde solo op de jazzstandard All of Me speelde. En daarbij de weg niet meer kwijtraakte. Ik was zelf ook behoorlijk verbluft door dit snelle resultaat. En dat binnen twee weken na het aanleren van deze eenvoudige oefening. 

When in doubt, play the blues, heb ik ooit gehoord in een masterclass. Wanneer je niet zeker weet wáár je bent in een stuk of wat er om je heen gebeurt, kan de bluestoonladder je uit de penarie helpen. Zeker wanneer je deze met overtuiging durft te spelen. Maar, hoe zit het nou eigenlijk precies met die bluestoonladder?

Wanneer ik een naar een live-concert luister van een big band, moet ik altijd huilen. Die klank vind ik zó mooi, die doet echt iets met me,” bekende een leerling me eens. Klank is magisch, het kan rechtstreeks bij je binnen komen. Boem! Maar hoe komt het nou, dat klank zo’n effect kan hebben?

Klank spreekt je rechter hersenhelft aan. Daar zit je gevoelsleven. Je linker hersenhelft is de kant van het denken, van het analyseren. Klank kan diepere lagen aanspreken. Die waar emoties of herinneringen opgeslagen zijn. Wanneer deze met klank ‘aangeraakt’ worden, kan er heel veel loskomen. En ga je bijvoorbeeld huilen. Of wordt je juist blij.

Wat heeft dit nou met improviseren te maken? Voor mij heeft improviseren héél veel te maken met klankbeleving. Door klanken te leren (her)kennen, en je bewust te worden van klanksensaties in jouw lichaam, kun je ze in je improvisaties gebruiken. En hier kun je steeds een stap verder in gaan. Tenminste, als je bij het leren improviseren je rechter hersenhelft aanspreekt. Je gevoel. Of, zoals sommigen ook weleens zeggen, 'spelen vanuit je hart' of 'vanuit je onderbuik'.

'There is a crack in everything. That's how the light gets in.' – Leonard Cohen

Geloof jij dat je jezelf alles kunt aanleren? Of denk je dat je nou eenmaal goed bent in bepaalde dingen, en in andere dingen niet? Zoals bijvoorbeeld in improviseren, op gehoor spelen, of in het creëren van muziek. Ik las hierover laatst een interessant artikel in De Correspondent. Het ging over de Mindset- theorie van de Amerikaanse psychologe Carol Dweck.  De essentie van haar idee: als je erop vertrouwt dat je kunt leren door oefening, neemt je leervermogen toe. Dat noemt ze een ‘growth mindset’. Omgekeerd staat geloof dat je aanleg moet hebben om iets echt goed te kunnen, je ontwikkeling in de weg. Dan heb je een ‘fixed mindset’. Het vermogen om te leren heeft volgens haar dus te maken met de overtuiging die jij hebt over de rekbaarheid van je intelligentie, je talenten en je capaciteiten.

Licks of loopjes uit een solo kunnen je flink wat muzikale bagage opleveren. Maar dan moet je ze wél op de juiste manier oefenen, anders is het best zonde van je tijd. Oefen geen licks uit een boek, zoals ik de vorige keer al schreef, maar zoek ze op gehoor uit. Licks uit een boek blijven niet hangen. En worden daarmee geen onderdeel van jouw spel, van jouw improvisatietaal. Een loopje dat je op gehoor hebt uitgezocht blijft je vaak beter bij. En past meestal van nature al bij het muzikale niveau dat jij hebt. En als je daar ook nog eens leuke oefeningen meedoet, er mee gaat kneden, knutselen, spelen en variëren, dan wordt een mooi loopje van bijvoorbeeld Chet Baker een loopje van jou.

Nadat ik je heb verteld wat je -volgens mij- allemaal beter niet kunt doen wanneer je wilt leren improviseren, geef ik je vandaag een voorbeeld van wat je wél kunt doen.

Mijn (ik overdrijf even) negatieve studie-advies 'oefen niet uit een boek' zorgde voor wat ophef over de mail. Maar voor mij is het weinig zinvol geweest om licks en patterns al lezend te oefenen, en bovendien vond ik het oersaai. Maar het oefenen van licks -loopjes- op zich kan je wel veel opleveren. Want deze kunnen je vocabulaire, oftewel muzikale bagage geven. De manier waaróp je die loopjes oefent bepaalt echter of dit zinvol is of niet.

In mijn vorige blog deelde ik met jouw vier veelgemaakte vergissingen die worden gemaakt bij het leren improviseren: (1) denken dat je het niet kunt, (2) oefenen uit een boek, (3) doen wat anderen goed vinden en (4) in je eentje blijven oefenen.

Eerlijk zeggen, welke van deze vergissingen herken jij? Ik beken: ik heb -in mijn conservatoriumtijd- héél erg veel uitgeschreven solo's uit boeken gespeeld. Ik heb er erg goed noten door leren lezen, maar ik leerde er geen betere solo's door spelen. Ik ben benieuwd naar jouw ervaring! Deel jouw reactie onderaan dit blog.

Er worden nog meer vergissingen gemaakt. Ik deel ze hier met jou.