Menu

Ik was in conflict met mijn ego: "is mijn solo wel goed genoeg?"

Wanneer je muziek hoort waarop je wilt improviseren, of je hebt een solo in een bepaald stuk, kun je je afvragen “wat moet ik hierop spelen, wat kan ik hier allemaal op doen?” Maar je kunt je natuurlijk ook afvragen “wat heb ík hier aan toe te voegen, wat is míjn stem?” Want er is niet één juiste oplossing, er zijn zoveel mogelijkheden als er mensen zijn. Als je vaker iets van mij hebt gelezen, dan weet je dat persoonlijke expressie voor mij de essentie van improvisatie is.  Maar, even een vraagje, mág jij wel spelen van jezelf wat je wilt? Komt jouw ego dan niet in opstand? Want het moet natuurlijk wel ‘goed’ zijn wat je doet. Ik belandde laatst zelf in zo'n conflicht met mijn ego.
 
Ik zat te oefenen en haalde - omdat een leerling van mij hiermee bezig was- weer eens een jazzstandard van stal die ik uit mijn conservatoriumtijd kende; Stella by Starlight. We hadden van Stella allebei een Improvise for Real analyse en transcriptie gemaakt. Het stuk zat nog in mijn gehoor en ik wist me al snel weer te herinneren hoe het ging. Melodie, vorm, akkoorden. Na een tijdje meegespeeld te hebben met een begeleidingstrack, met alles wat ik nog wist en kon uit die conservatoriumtijd, was ik toch niet tevreden. Over mijn spel. Zo begint het bij mij altijd, er knaagt iets. Ik vond het saai en gevoelloos om alleen maar te spelen wat ik wist. Er was helemaal geen verbinding tussen mijn verbeelding en mijn spel. Ik speelde van alles wat ik ooit geleerd had (en dat klonk heus goed, want ik had niet de minste leraren op het conservatorium - ahum, zie hier de schreeuwende stem van mijn ego). Maar, bedacht ik, wat heb ik eigenlijk toe te voegen aan Stella by Starlight? Daar had ik niet eerder over nagedacht. (In die conservatorium tijd was ik niet bezig met persoonlijke expressie, dat durfde ik niet).
 
Dus ik deed wat ik mijn cursisten vaak laat doen. Ik ging zingen. En ik nam mijn gezongen solo (mét de begeleidingstrack) direct op met mijn telefoon. Je eigen stem is de meest directe weg naar je verbeelding en liegt niet. Toen ik mijn opname terugluisterde, viel mij op dat ik véél minder zong dan dat ik eerder speelde op mijn instrument. Het was allemaal veel ruimtelijker, spannender en ook eenvoudiger. Vervolgens ben ik, met eenvoud en ruimte als uitgangspunt, weer gaan spelen. En weet je, mijn ego had het razend moeilijk. Want ik speelde dus niet meer alles wat ik kon en wist. Maar ik deed mijn ogen dicht en opende mijn hart en oren. Waardoor ik ineens veel eenvoudiger en melodischer speelde. Mijn ego schreeuwde “ik kan heus veel meer dan dit hoor!” en ook "speel nou effe lekker die hele toons toonladder dáár". Pff, alsof ik me op dát moment, alleen in een oefenruimte, tegenover anderen moest bewijzen. Maar, ik negeerde de schreeuw van mijn ego en speelde, als mijzelf, en ik voelde mij verbonden met mijn verbeelding. En toen ik mijn solo-opname terugluisterde was ik best tevreden! Ja, zó bedoelde ik het! Dit is wat ik te zeggen had.
 
Begrijp me niet verkeerd, ik heb nog steeds serieuze ambities om beter te worden. Maar die gaan over het cultiveren van mijn eigen stijl en het trainen van mijn gehoor (zodat ik meer alteraties kan zingen bijvoorbeeld). Niet over meer indruk maken op een ander. Nouja, meestal dan. Later ben ik nog voorbeelden van anderen gaan luisteren, één versie van Miles Davis en één versie van Robert Glasper. Hun spel is herkenbaar, persoonlijk. Ze hebben hun eigen stem, waarmee ze hun eigen verbeelding weergeven. De één met gebruik van stilte, de ander met de brutaliteit om de vorm van Stella overhoop te gooien. Door die verbeelding is hun muziek zo krachtig! Een solo met alleen vaardigheden zou onpersoonlijk en technisch worden. Zo saai!
 
Ik heb nog een hoop te leren op dit gebied. Want -nog een ambitie- ik wil dit ook graag kunnen terwijl ik op het podium sta, met allemaal ogen en oren op mij gericht. Me niet hoeven bewijzen, maar oprecht en eerlijk durven spelen wat ik wil en voel op dát moment. In verbinding met de luisteraar en de medemuzikanten. Soms lukt dat, en soms lukt dat niet. Of je nu veel of weinig vaardigheden hebt, laat je vaardigheden in godsnaam in dienst van je verbeelding staan. Vind je eigen stem. Spelen als jezelf, in verbinding met jezelf, is zo'n heerlijk, magisch gevoel. En het leuke is dat je er je luisteraar (of huisgenoot of mede bandlid) nog mee in vervoering kan brengen ook.
 
Dit zijn mijn oefentips hoe jij dichterbij je verbeelding kunt komen:
 
  1. Kies een stuk waar je mee bezig bent of wat je graag wilt leren. Speel eerst in op je instrument en leer het stuk kennen. Toonsoort, melodie, ritmische en harmonische wendingen. Ik raad aan dit op de Improvise for Real manier te doen, waarbij je de klanken internaliseert en niet meer hoeft na te denken. Speel alles wat je kunt en kent totdat het soepel voelt. Wanneer een stuk nog steeds niet comfortabel voelt, is het aan te raden een gemakkelijker stuk te kiezen (waarschuwing: je ego zou hier opstandig van kunnen worden).

  2. Gebruik je stem en zing (hum, neurie, fluit desnoods) een solo op begeleiding en neem deze onmiddellijk op, bijvoorbeeld met je telefoon. Niet eerst stiekem oefenen en iets mooier maken dan het is. 

  3. Luister je eigen gezongen opname terug en word je bewust van wat je opvalt. Welk gevoel geven de klanken jou? Herhaal je veel, of juist niet? Gebruik je stilte? Zing je hard, zacht, hoog, laag, langzaam, snel, gevoelig, wild, breekbaar, zelfverzekerd, ritmisch, vrij? Alles wat je waarneemt is goed. Je kunt het niet fout doen.

  4. Vanuit dit gevoel, deze waarneming, ga je weer spelen en soleren op je instrument. Ook dit neem je onmiddellijk op. Je gaat niet eerst stiekem iets prachtigs in studeren. Luister je opname terug. Klinkt dit meer als jezelf? Herken je je eigen stem of stijl?

  5. Herhaal eventueel stap 2 t/m 4, totdat je je tijdens het spelen verbonden voelt met je eigen scheppende kracht. Jij bent zelf je eigen leraar in dit proces.

Laat je, wanneer je zin hebt, inspireren door voorbeelden van anderen. Luister naar hen op dezelfde manier als bij stap 3 omschreven. En pas je waarneming eventueel toe in je eigen solo.
 
Nog een vraagje: herken je dat stemmetje van je ego? Heb jij daar ook weleens last van? Heb je nog tips voor mij, of de mee-lezers, hoe je hier mee om kunt gaan? 

Reacties  

#4 Peter 16-06-2018 11:44
Wat voor mij goed werkt bij improviseren op een bestaand muziekstuk, is om de kern, de ziel en de emotie waarmee het wordt gespeeld proberen te herkennen en te voelen en afstemmen. Je komt "in" het stuk. Daarna in het begin lange tonen spelen en vervolgens voel je het vanzelf gaan. Door een diepe ademhaling kom je ook in een flow. Volgens het ego is het nooit goed genoeg. Anderen kunnen het altijd beter of ik gebruik de verkeerde noten etc etc. Waar het om gaat is dat de speler zelf plezier heeft in het spelen.
Citeer
#3 Jean-Luc 14-06-2018 04:37
Ego is iets wat ik heb leren herkennen en controleren. Ik neem alles op wat ik tijdens mijn oefensessies speel. Ik luister of mijn solo 'naast' het nummer of 'in' het nummer staat, t.t.z. goed mengt met het geheel. 'Naast' het nummer is meestal een teken dat ik teveel noten en riedels heb gebruikt ; eerder technisch (show-off ?) heb gespeeld i.p.v. muzikaal. Desgevallend breng ik de solo terug naar de basics tot ik het nummer als 1 geheel beleef. Om het 'kwistig' gebruik van noten af te leren oefen ik ook wel op zeer snelle nummers (tempo 200 en hoger), waar ik dan een zeer rustige solo (langere noten, minder noten, niet laten meeslepen met het tempo, minder riedels,...) op improviseer. Dit dwingt om meer te luisteren tijdens het spelen en het nummer vóór te laten gaan i.p.v. het nummer over te nemen in de improvisatie.
Citeer
#2 Jelske Hoogervorst 12-06-2018 07:47
Marius, in ontspanning openbaart zich de creativiteit. Ik herken de verrassing van 'wat er uit komt', zo geinig. En wanneer je dat een volgende keer weer 'probeert', lukt het niet. Je moet het láten gebeuren en kunt het niet forceren. Fijn dat dat jou zo goed lukt!
Citeer
#1 Marius 11-06-2018 14:11
Zoals ik in eerdere reactie heb vermeld speel ik samen met een pianist. Wat mij het meest verbaast is dat ik geen enkele weerstand voel in mijn spel. Hangt ook samen met degene waarmee ik speel. het is elke keer een openbaring van wat er uit komt, terwijl ik eigenlijk van niets weet. Nu samen met hem op de elektronische toer.
Citeer