Menu

Hoe je je eigen muzikale verhaal vertelt

"Ik zou graag een verhaal kunnen vertellen tijdens mijn improvisatie", aldus trompettist Tjeerd. Ik vroeg de deelnemers van de workshop Speel je vrij naar hun grootste verlangen op het gebied van improvisatie. Ik weet dat Tjeerd niet de enige is die ernaar verlangt zijn eigen muzikale verhaal te kunnen vertellen. En ik weet ook hoe hij kan oefenen om dichter bij zijn muzikale verhaal te komen. Want er is iets geks aan de hand wanneer je improviseert. Het lijkt haast onbenoembaar, maar ik probeer het toch.

Elke geïmproviseerde lijn of muzikale zin begint in de verbeelding als een soort ongerichte energie, een gevoel of een impuls. Vervolgens proberen we deze energie in een bepaalde vorm te gieten die muzikaal ergens op slaat. Bijvoorbeeld een context van een toonsoort, een akkoord, een popliedje of een jazzstandard. Hoe beter we daar in slagen, hoe 'lekkerder' we hebben geïmproviseerd. Dat ervaar ikzelf als professioneel muzikant ook zo. Maar wanneer je niet weet hoe je dichter bij die creatieve bron kunt komen, kan improviseren heel frustrerend zijn.

Veel beginnende improvisatoren hebben een romantisch idee over vrijheid, omdat ze hier naar verlangen. Maar totale vrijheid in een solo bestaat niet. Wat geïmproviseerde muziek juist zo mooi maakt is de wisselwerking tussen vrijheid en de context van een muziekstuk. De spanning van een idee, en je 'real time' poging om deze in de muziek te passen. En dat het soms een totaal andere kant opgaat dan je bedoelde, niet lukt, of juist helemaal precies was wat je wilde spelen. 

Het probleem van die vorm, de context van de muziek, is redelijk eenvoudig stap voor stap op te lossen. Het vergt wel tijd en toewijding. Vage instructies als 'speel maar wat je voelt', of 'doe maar wat' zijn te vrijblijvend en helpen soms in het begin, totdat je er niet verder meekomt. Zeker niet bij meer complexe muziek als jazz. Maar goedbedoelde, té concrete aanwijzingen als 'in Latin jazz speel je altijd syncopen' of 'op een II V I kun je altijd deze lick spelen' brengen jou niet dichter bij jezelf, maar zadelen je slechts op met een lange lijst van opdrachten die je tijdens het spelen probeert te onthouden, terwijl je de muziek probeert te volgen. 

Wat wel helpt is om de muziek op een overzichtelijke manier te organiseren. Op een manier die dichtbij jouw onderbewustzijn ligt. Want onbewust organiseer jij de klanken van muziek die je hoort in je hoofd. Echt Improviseren baseert zich daarom op de methodiek van Improvise for Real.

In één workshop of in één blog kan ik je niet alle stappen van de methode van Echt Improviseren uitleggen. Maar wel één van de allereerste oefeningen. Deze begint bij je stem, je meest directe weergave van je verbeelding (en is daarom soms heel spannend). Deze opdracht heet 'Volg je stem' en kun je zo moeilijk maken als je zelf wilt. 

  1. Speel een muziekstuk of een begeleidingstrack af en zing eerst een heel stuk mee met je stem. Overwin je schroom en zing vrij mee. Je zingt je eigen solo. Hummen, neuriën of fluiten mag trouwens ook. De meesten blijken bij deze opdracht -zodra ze hun gêne overwonnen hebben - trouwens al kanjers van improvisatoren.
  2. Vervolgens pak je je instrument erbij en stel je de toonsoort vast van het stuk muziek dat je gekozen hebt.
  3. Nu ga je weer zingen, maar steeds een heel korte frase. Deze frase probeer je op je instrument na te spelen. Hoe korter en eenvoudiger jij zingt, hoe gemakkelijker je de frase kunt naspelen. Begin desnoods met één noot en bouw dit langzaam op.

Dit is de allereerste aanzet om dichter bij je muzikale verhaal te komen. Voor sommigen is dit genoeg, maar je kunt hier nog veel meer stappen in zetten. In de methode van Echt Improviseren leer je stap voor stap hoe je ook in meer complexe muziek als bijvoorbeeld jazz dichtbij je eigen muzikale beleving kunt blijven. En zo de beste improvisator kunt worden die jij bent: eentje die zijn of haar eigen muzikale verhaal vertelt.

Reacties  

#1 Frits 17-11-2017 10:14
Hoi Jelske, Met grote regelmaat denk ik terug aan de workshop Minor Blues.
Wat mij altijd helpt bij het improvseren, is de melodielijn uit het hoofd kunnen spelen en de bas-lijn goed kunnen volgen.

Groet,
Frits
Citeer