Menu

De meest gestelde vraag over improviseren

Weet je wat de meest gestelde vraag is van blazers die (vrijer) willen leren improviseren? 
 
"Lieve Jelske, hoe pak ik het aan?"
 
Nouja, het is niet zo dat deze vraag letterlijk zo gesteld wordt, maar het is wel de vraag die door bijna alle vragen heenklinkt ('behalve dan 'lieve Jelske', dat heb ik erbij verzonnen). Meestal krijg ik meerdere vragen tegelijk van één persoon die op zoek is naar antwoorden. Ik vind het een inspirerende gedachte dat zóveel musici het verlangen koesteren om vrijer te leren spelen, beter te leren improviseren, of willen weten hoe ze improviseren kunnen oefenen. 
 
Ik deel hier graag enkele vragen die een bezoeker van mijn website aan mij stelde. En mijn antwoorden. Ik deel ze met je omdat jij misschien ook iets hebt aan deze antwoorden. Óf aan de vragen. Want ik ben benieuwd: welke antwoorden zou jij geven? Wanneer zóveel musici hetzelfde verlangen naar vrijheid in hun spel koesteren, kunnen we elkaar namelijk helpen. Deel daarom onderaan dit blog jouw antwoorden op één of meer van de hieronder gestelde vragen.
 
"Mijn leeftijd is 76 jaar en ik speel al jaren als hobby klarinet, maar dan alleen van papier. Nu wil ik graag wat populaire nummers voor mijzelf gaan spelen/instuderen. Ik luister op cd’s naar bekende klarinettisten en tracht ze na te spelen. Tot op zekere hoogte lukt mij dat wel, maar op een bepaald moment kan ik de improvisatie niet meer volgen. Nu heb ik daar enkele vragen over":
 
Vraag 1: Is het improviseren -als je een nummer speelt van bladmuziek en je wilt daar zelf over improviseren- een zaak van het nummer heel goed uit je hoofd leren en daar dan voor jezelf proberen iets van te maken? Of is het eerst de toonladders goed oefenen?
 
Mijn antwoord: Improviseren is een auditieve traditie en gaat het beste wanneer je overzicht hebt over de muziek en niet teveel na hoeft te denken. Gevorderde improvisatoren (zoals jazzsolisten) weten waar ze zijn terwijl ze soleren, wàt er harmonisch gebeurt en kunnen zich uitstekend op gehoor oriënteren in de muziek. Ze voelen zich daardoor vrij om zelf muziek te creëren met het notenmateriaal. Onze denksnelheid is simpelweg niet snel genoeg om al die klanken (akkoorden) bij te houden. Maar ons lichaam en onze oren herkennen klanken, harmonieën en melodieën. Van dit proces maakt de Improvise for Real methode (en de methode van Echt improviseren) gebruik. De Echt Improviseren- cursist leert elk harmonisch bouwsteentje apart herkennen op klank en bijbehorende toonafstanden. Je oefent wel toonladders, maar niet op een mechanische manier.  Wel op klankherkenning. En -liefst- al improviserend.
 

Vraag 2 Hoe weet je dan hoe die toonladder eruit ziet of moet je de akkoorden eerst leren? 

Mijn antwoord: Ladders en akkoorden horen bij elkaar. In de majeur toonladder van D (d e fis g a b cis d) heb je een D majeur 7 akkoord (d fis a cis). Maar je kunt met hetzelfde notenmateriaal nóg 6 andere akkoorden maken (bijvoorbeeld vanaf E: e g b d). Hierbij ‘hoort’ dan ook weer een ladder bij (e fis g a b cis d e). Dezelfde noten als in D majeur, maar dit keer met een andere noot als grondtoon. Bij elk akkoord hoort een toonladder. Maar deze hebben vaak te maken met dezelfde toonsoort.
 

Vraag 3: Hoe kom je eventueel aan die akkoorden of moet je eerst een improvisatie reeks zien te vinden en hoe kom ik daar dan aan?

Mijn antwoord: Door stap voor stap de akkoorden te leren herkennen en (later) te leren benoemen. Een duidelijk opbouwend programma met een doorlopende leerlijn helpt hierbij. Uit het harmonisch eb en vloed komen vanzelf allerlei melodische mogelijkheden bovendrijven. Akkoorden zijn als het ware het decor van melodie. Wanneer een akkoord verandert, veranderen ook de noten die het meeste samensmelten met harmonieën. Hieruit ontstaan allerlei melodische wegen (of reeksen zoals je ze noemt). Het grappige is dat je - wanneer je zingt- deze melodieën vaak vanzelf zingt. Je gehoor en onderbewustzijn begrijpen de muziek al. Dit zingen is ook meteen een heel goede oefening om te ontdekken wat jij te vertellen hebt op muziek. Deze oefening vind je ook in dit YouTube filmpje.

 

Vraag 4: Is het een kwestie van goed luisteren, dan proberen het na te spelen en daarop voor jezelf te improviseren? 

Mijn antwoord: Goed luisteren en naspelen is zeker een leerzaam proces. Maar het is ook prettig en nodig wanneer je weet hoe je de muziek organiseert op gehoor. Als je geen overzicht hebt en alles autodidact op gehoor doet raak je op een gegeven moment de vorm kwijt. En het kost erg veel tijd om alles zelf uit te vinden.
 

Vraag 5: Een paar nummers waar ik het nu mee probeer, maar dan van papier en hier verder voor mijzelf op tracht te improviseren zijn: Petit Fleur en Just a Closer Walk With Thee, die ik ook van de cd naspeel.

Mijn antwoord: Deze prachtige oude jazzliedjes bevatten een rijkgeschakeerde harmonie. De akkoorden komen niet meer uit één toonladder. Je spreekt daarom van ‘gemengde' harmonie. Dit is bij de meeste jazzstandards het geval. Deze gemengde harmonie kun je ook stap voor stap leren begrijpen. Door het stap voor stap leren benoemen van ‘tussen dominanten’. Je onderbewustzijn organiseert de muziek nog steeds binnen een toonsoort, maar er komen af en toe noten buiten de toonladder voorbij. Een beetje gevorderd voorbeeld: het eerste akkoord van de eerste twee maten van Petit Fleur is zo’n ‘tussendominant’ die het volgende akkoord voorbereid. Klein testje: geeft dit akkoord voor jou een gevoel van voorwaartse beweging? Van een harmonische spanning, die oplost wanneer het tweede akkoord wordt gespeeld? Dit komt door de klank die graag wil oplossen naar het volgende akkoord.

Welke antwoorden zou jij geven? Heb jij nog aanvullende tips voor deze vragensteller? En voor alle mee-lezers? Of heb je zelf nog een vraag naar aanleiding van al deze vragen en antwoorden? Deel deze dan met ons in onderstaand reactieveld. 

 

 

Reacties  

#1 Floor Wittink 05-10-2017 11:32
Wat helder Jelske! Voor mij als klassiek muzikant ook leerzaam.
Citeer