Menu

Ik twijfel of dit wel de goede cursus is voor mij, mailde Wiecher me. We waren ver over de helft van de Introductie in Melodische Improvisatie.  Ik had dit keer behoorlijk wat ervaren muzikanten in de groep.  Wiecher viel meteen op met zijn uitstekende gehoor, muzikale vaardigheden en sterk analytisch vermogen.  Hij kon foutloos de meest uitdagende solfège oefeningen aan en begreep feilloos het systeem achter de Improvise for Real methode. Maar er was iets anders aan de hand. (lees meer)

Er is iets geks aan de hand met harmonieleer, de leer van akkoorden. Aan de ene kant zijn akkoorden heel erg wiskundig, maar aan de andere kant hebben akkoorden en enorme emotionele lading. En hoe muziek kan voelen, daar hebben we allemaal ervaring mee. Jij toch ook? Ik haak daar graag op in tijdens mijn trainingen en lessen. Want alleen die wiskundige uitleg, daar raken nogal wat mensen van in de war. En, dat is ook niet het hele verhaal. (lees meer...)

We hebben allemaal al een heel natuurlijke manier van ritmisch spelen. Alle muziek die jij graag luistert en speelt in je leven, heeft als het ware  allemaal ritmische celletjes achtergelaten. En wanneer je muziek die al in jou aanwezig is gebruikt om verder te leren, heb je veel plezier in oefenen èn een groot leereffect. Dat geldt ook voor ritme. Je kunt de ritmes die je al kent en voelt als creatieve tool inzetten in het bedenken van je eigen melodische improvisaties. (lees meer...)

Jelske, ik heb net de les bekeken. Nu, na 5 jaar spelen, begrijp ik eindelijk hoe het zit met majeur, mineur, dominant en half-verminderd. Dankjewel!, aldus altsaxofonist Rob. Ik geef deze les - waar Rob het over heeft - altijd als bonusles aan het einde van de training Introductie in Melodische Improvisatie. De deelnemers hebben dan al 12 weken van alles en nog wat geoefend met en op akkoorden. Maar nog niet iedereen begrijpt hoe het nou precies zit met de theorie van die akkoorden. (lees meer)

"Nooit gedacht dat ik die melodische lijnen met niet-akkoord tonen nu hartstikke mooi vind klinken", zei Norm, saxofonist uit de buurt van het Amerikaanse Delaware. "Nou, ik vind het nog steeds heel gek", aldus Charlie, basklarinettist uit London."Tsja, welkom in de diffuse wereld van de improvisatie coach", bracht ik uit.

We keken in de laatste week van de training terug op alle lessen. In de eerste les van de training 'gemengde harmonie' gingen we aan de slag met de akkoorden 2-, 5D, 1. De akkoordcombinatie 2- 5D 1 is één van de meest gebruikte akkoordcombinaties in jazz. Wanneer je graag jazz wilt leren spelen, is het belangrijk om deze akkoordprogressie heel gedetailleerd te bestuderen. (lees meer)

"Het was altijd alsof ik door de etalage van een snoepwinkel keek, maar niet wist hoe ik binnen moest komen. Nu heb ik de ingang van de snoepwinkel ontdekt. Ik weet dat ik nog een lange weg te gaan heb, maar ik heb nu het vertrouwen dat zelfs ik gedegen kan leren improviseren", aldus Tony uit Engeland naar aanleiding van de training 'introductie in melodische improvisatie'. Tony wil zelfs op deze manier les gaan geven aan zijn leerlingen. (lees meer...)

Ik moet je iets vertellen. Ik ben zó enthousiast! Ik volg een cursus. Ik had namelijk wat tijd over, want mijn concertagenda was vol-le-dig leeg geveegd door dat stómme Corona. Na de eerste teleurstellingen daarover verwerkt te hebben vond ik goddank weer veerkracht. En precies op dat moment kwam dus die cursus voorbij, aangeboden door het leerplatform waar ik al zo'n 5 jaar mee werk (LearningStone). De cursus had een supersaaie naam, 'Online Blended Learning', maar er werden een paar onderwerpen genoemd waar ik nieuwsgierig naar was. Zoals: (...lees meer)

Improviseer jij weleens met de bluestoonladder? Weet je waar je deze toonladder kunt vinden op je instrument? En weet je eigenlijk waar die blue notes vandaan komen? Wist je ook hoe verschillend het klinkt om met alleen een blues toonladder te soleren, of juist alleen met de akkoorden van een majeur blues?

Ik heb er een video les over gemaakt. In deze video laat ik je zien (met de tonal map) en horen waar je de blues toonladder kunt vinden op je instrument en hoe deze klinkt op de akkoorden van een majeur blues. Ik laat je ook horen wat het verschil is tussen improviseren op de majeur blues met afwisselend de blues toonladder, de akkoorden van de majeur blues, en beide gecombineerd. Tot slot geef ik je advies hoe jij dit zelf kunt oefenen. Veel plezier met deze les!

Laatst vroeg een cursist - die meedoet aan de Bliksemstartcursus - mij: 'Nu we zo uitgebreid aan het oefenen zijn met de majeur toonladder, mogen we dan niet meer soleren met de pentatonische toonladder?' Dat is een hele goede vraag. Natuurlijk mag je dat, je mag namelijk altijd alles spelen wat je wilt. En als de sound die je zoekt precies die pentatonische toonladder is, dan moet je daar vooral lekker mee improviseren. Echter, vaak kom ik tegen dat musici met de pentatonische toonladder improviseren, omdat ze niet wéten hoe ze kunnen soleren over een harmonische beweging van het ene akkoord naar het andere akkoord. Vaak ontstaat er zo'n onbehaaglijk gevoel als  'ik klink altijd hetzelfde', of 'hé, die noot is ook heel mooi, maar die zit niet in de pentatonische toonladder'. Herken je dat? Meestal hoor je meer dan je denkt. En dan is het jammer om je te beperken tot één klank. (lees verder...)

It's not the note you play that's the wrong note - it's the note you play afterwards that makes it right or wrong. - Miles Davis.

Laatst gebeurde het weer. In de groepsles van mijn jaartraining introduceerde ik een nieuwe klank (het ging over een noot die voorkomt in een bepaald akkoord, een 'tussendominant'). Vervolgens liet ik alle cursisten om beurten dezelfde oefening doen. Na afloop vroeg ik naar hun ervaring met deze nieuwe klank. Toen gebeurde er iets grappigs. Twee cursisten vonden die nieuwe noot de enige logische mogelijkheid, een derde hoorde de klank van de nieuwe noot nog niet, en de vierde cursist ontdekte dat ze beide klanken wel goed kon gebruiken in haar improvisatie. Zie hier het dilemma van de improvisatiecoach: de persoonlijke beleving van de leerling! 

Muziek is relatief. Daarmee bedoel ik dat we klanken van muziek die we horen niet beoordelen op hun absolute toonhoogte, maar op de context waarin we die klank horen. Bijvoorbeeld, een G klinkt heel consonant (en ontspannen) als kwint van een C akkoord, maar heel dissonant (en heel spannend) in de toonsoort van F#, waar het de verlaagde tweede toon is. En door die tonale context krijg jij bij een bepaalde klank een bepaald gevoel, zoals spanning, of ontspanning. Die context van de klank wordt gevormd door de toonsoort van de muziek. Dus als ik jou iets wil leren over de klank en functie van een noot die je in je improvisatie speelt, dan hebben wij samen een taal nodig die elke noot beschrijft in zijn muzikale, tonale context. Wanneer je leert improviseren met die tonale taal zal dat jouw leerproces versnellen. Er zijn namelijk een aantal voordelen van zo'n tonale benadering. (lees meer...)

Hoe meer je oefent, hoe beter toch? Of kun je ook resultaat behalen met dagelijks een half uurtje oefenen. Of met minder vaak oefenen? Bekijk in onderstaande video het antwoord op deze vraag aan David Reed, de auteur van Improvise for Real. Hij geeft - in het Engels - een waardevol antwoord op de vraag 'hoe vaak moet je oefenen?'

Ik ben een gevorderde improvisator.

Denk ik.

Soms.

Ik heb een officieel diploma van de jazzafdeling van het Conservatorium van Amsterdam. Maar wat zegt dat eigenlijk? In het verleden heb ik wel eens gedacht dat ik mijn saxofoon beter zou kunnen laten omsmelten, wanneer ik weer eens een willekeurige jonge muzikant uit de New Yorkse jazzscene hoorde spelen. (In Nederland hebben trouwens we ook héél veel fantastische saxofonisten op dit niveau). Zo'n beginner voelde ik mij. Maar tot nu toe heb ik elke cursist die bij mij op les kwam vooruit kunnen helpen op het pad van de improvisatie. Dan voel ik mij juist weer ervaren en bekwaam. Wanneer ik zelf optreed, kan ik me zowel een beginner als een virtuoos voelen. (Daar schrijf ik nog wel een keer een ander blog over, ok?)

Wanneer je verlangt naar het maken van je eigen muziek, dan ga je dat gewoon lekker doen. Toch? Het lijkt zo gemakkelijk. Je hebt het verlangen om zelf muziek te bedenken (componeren of improviseren), maar je DOET het niet. Of, minder vaak dan je zou willen. En áls je die ene keer je instrument hebt gepakt om lekker te improviseren, dan voel je dat je dit véél vaker zou willen doen. Alleen, het komt er niet van. Je hebt geen tijd, je weet niet hoe je moet beginnen, je hebt eerst de juiste spullen nodig, je moet eerst iets doen om iemand anders te helpen met zijn of haar verlangen. Van improviseren komt in de tussentijd weinig terecht. Niets menselijks is mij vreemd, ik ken deze situatie zelf maar al te goed. Mijn allergrootste verlangen momenteel is om mijn eigen muziek te componeren. Maar het komt er steeds niet van. Daar baal ik oprecht van. Nu heb ik onlangs geleerd (van mijn topcoach Ellen de Dreu) dat ik 3 dingen nodig heb om dátgene te doen waar ik naar verlang. En ik moet zeggen, het helpt. 
Wanneer je muziek hoort waarop je wilt improviseren, of je hebt een solo in een bepaald stuk, kun je je afvragen “wat moet ik hierop spelen, wat kan ik hier allemaal op doen?” Maar je kunt je natuurlijk ook afvragen “wat heb ík hier aan toe te voegen, wat is míjn stem?” Want er is niet één juiste oplossing, er zijn zoveel mogelijkheden als er mensen zijn. Als je vaker iets van mij hebt gelezen, dan weet je dat persoonlijke expressie voor mij de essentie van improvisatie is.  Maar, even een vraagje, mág jij wel spelen van jezelf wat je wilt? Komt jouw ego dan niet in opstand? Want het moet natuurlijk wel ‘goed’ zijn wat je doet. Ik belandde laatst zelf in zo'n conflicht met mijn ego.