Menu

It's not the note you play that's the wrong note - it's the note you play afterwards that makes it right or wrong. - Miles Davis.

Laatst gebeurde het weer. In de groepsles van mijn jaartraining introduceerde ik een nieuwe klank (het ging over een noot die voorkomt in een bepaald akkoord, een 'tussendominant'). Vervolgens liet ik alle cursisten om beurten dezelfde oefening doen. Na afloop vroeg ik naar hun ervaring met deze nieuwe klank. Toen gebeurde er iets grappigs. Twee cursisten vonden die nieuwe noot de enige logische mogelijkheid, een derde hoorde de klank van de nieuwe noot nog niet, en de vierde cursist ontdekte dat ze beide klanken wel goed kon gebruiken in haar improvisatie. Zie hier het dilemma van de improvisatiecoach: de persoonlijke beleving van de leerling! 

Muziek is relatief. Daarmee bedoel ik dat we klanken van muziek die we horen niet beoordelen op hun absolute toonhoogte, maar op de context waarin we die klank horen. Bijvoorbeeld, een G klinkt heel consonant (en ontspannen) als kwint van een C akkoord, maar heel dissonant (en heel spannend) in de toonsoort van F#, waar het de verlaagde tweede toon is. En door die tonale context krijg jij bij een bepaalde klank een bepaald gevoel, zoals spanning, of ontspanning. Die context van de klank wordt gevormd door de toonsoort van de muziek. Dus als ik jou iets wil leren over de klank en functie van een noot die je in je improvisatie speelt, dan hebben wij samen een taal nodig die elke noot beschrijft in zijn muzikale, tonale context. Wanneer je leert improviseren met die tonale taal zal dat jouw leerproces versnellen. Er zijn namelijk een aantal voordelen van zo'n tonale benadering. (lees meer...)

Hoe meer je oefent, hoe beter toch? Of kun je ook resultaat behalen met dagelijks een half uurtje oefenen. Of met minder vaak oefenen? Bekijk in onderstaande video het antwoord op deze vraag aan David Reed, de auteur van Improvise for Real. Hij geeft - in het Engels - een waardevol antwoord op de vraag 'hoe vaak moet je oefenen?'

Ik ben een gevorderde improvisator.

Denk ik.

Soms.

Ik heb een officieel diploma van de jazzafdeling van het Conservatorium van Amsterdam. Maar wat zegt dat eigenlijk? In het verleden heb ik wel eens gedacht dat ik mijn saxofoon beter zou kunnen laten omsmelten, wanneer ik weer eens een willekeurige jonge muzikant uit de New Yorkse jazzscene hoorde spelen. (In Nederland hebben trouwens we ook héél veel fantastische saxofonisten op dit niveau). Zo'n beginner voelde ik mij. Maar tot nu toe heb ik elke cursist die bij mij op les kwam vooruit kunnen helpen op het pad van de improvisatie. Dan voel ik mij juist weer ervaren en bekwaam. Wanneer ik zelf optreed, kan ik me zowel een beginner als een virtuoos voelen. (Daar schrijf ik nog wel een keer een ander blog over, ok?)

Wanneer je verlangt naar het maken van je eigen muziek, dan ga je dat gewoon lekker doen. Toch? Het lijkt zo gemakkelijk. Je hebt het verlangen om zelf muziek te bedenken (componeren of improviseren), maar je DOET het niet. Of, minder vaak dan je zou willen. En áls je die ene keer je instrument hebt gepakt om lekker te improviseren, dan voel je dat je dit véél vaker zou willen doen. Alleen, het komt er niet van. Je hebt geen tijd, je weet niet hoe je moet beginnen, je hebt eerst de juiste spullen nodig, je moet eerst iets doen om iemand anders te helpen met zijn of haar verlangen. Van improviseren komt in de tussentijd weinig terecht. Niets menselijks is mij vreemd, ik ken deze situatie zelf maar al te goed. Mijn allergrootste verlangen momenteel is om mijn eigen muziek te componeren. Maar het komt er steeds niet van. Daar baal ik oprecht van. Nu heb ik onlangs geleerd (van mijn topcoach Ellen de Dreu) dat ik 3 dingen nodig heb om dátgene te doen waar ik naar verlang. En ik moet zeggen, het helpt. 
Wanneer je muziek hoort waarop je wilt improviseren, of je hebt een solo in een bepaald stuk, kun je je afvragen “wat moet ik hierop spelen, wat kan ik hier allemaal op doen?” Maar je kunt je natuurlijk ook afvragen “wat heb ík hier aan toe te voegen, wat is míjn stem?” Want er is niet één juiste oplossing, er zijn zoveel mogelijkheden als er mensen zijn. Als je vaker iets van mij hebt gelezen, dan weet je dat persoonlijke expressie voor mij de essentie van improvisatie is.  Maar, even een vraagje, mág jij wel spelen van jezelf wat je wilt? Komt jouw ego dan niet in opstand? Want het moet natuurlijk wel ‘goed’ zijn wat je doet. Ik belandde laatst zelf in zo'n conflicht met mijn ego.
 
  • "Ik ga eerst mijn C examen doen, ik denk dat ik daarna pas kan beginnen met improviseren".
  • "Onze zoon moet gewoon eerst de toonladders enzo leren, later komt het zélf muziek bedenken wel een keer aan bod"
  • "Ik ga deze lick eerst in alle toonsoorten oefenen. Daarna ga ik wel kijken hoe ik het in mijn solo toe kan passen" 
Zomaar wat opmerkingen die ik de afgelopen weken voorbij hoorde komen. Want dit is hoe de meeste muziekmakers oefenen. Eérst de techniek, dán de muzikale expressie. Als ze daar tegen die tijd nog de puf voor hebben tenminste. Niet zo gek, want sinds de 19e eeuw is het de gewoonte geworden om muziek op een technische manier aan te leren. Vanuit de overtuiging dat je eerst je technische vaardigheden ontwikkelt, vóórdat je je richt op muzikale expressie. Terwijl men er trouwens in de eeuwen daarvóór van overtuigd was dat het aanleren van muziek in dienst stond van het ontroeren van de luisteraar. Daarom lag destijds de nadruk niet op techniek, maar bijvoorbeeld op gehoortraining, expressie, en leren hoe muziek in elkaar zit.
 

"Ik zou graag een verhaal kunnen vertellen tijdens mijn improvisatie", aldus trompettist Tjeerd. Ik vroeg de deelnemers van de workshop Speel je vrij naar hun grootste verlangen op het gebied van improvisatie. Ik weet dat Tjeerd niet de enige is die ernaar verlangt zijn eigen muzikale verhaal te kunnen vertellen. En ik weet ook hoe hij kan oefenen om dichter bij zijn muzikale verhaal te komen. Want er is iets geks aan de hand wanneer je improviseert. Het lijkt haast onbenoembaar, maar ik probeer het toch.

Weet je wat de meest gestelde vraag is van blazers die (vrijer) willen leren improviseren? 
 
"Lieve Jelske, hoe pak ik het aan?"
 
Nouja, het is niet zo dat deze vraag letterlijk zo gesteld wordt, maar het is wel de vraag die door bijna alle vragen heenklinkt ('behalve dan 'lieve Jelske', dat heb ik erbij verzonnen). Meestal krijg ik meerdere vragen tegelijk van één persoon die op zoek is naar antwoorden. Ik vind het een inspirerende gedachte dat zóveel musici het verlangen koesteren om vrijer te leren spelen, beter te leren improviseren, of willen weten hoe ze improviseren kunnen oefenen. 

Theo is een heel gedreven cursist van mij. Toch zie ik hem bijna nooit. Hij mij wel, op een beeldscherm. Het is net alsof je bij me thuis bent, zei hij laatst nog tegen me. Hij volgt in het zuiden van Nederland de video-lessen die ik eerder opnam in het westen van Nederland. Hij was één van de eerste deelnemers van de online training Echt Improviseren. Ik ontmoette hem pas máánden later tijdens een Family Jam in Amsterdam. Ik was ontroerd hoe mooi en goed hij al kon improviseren. Hij heeft dan ook veel tijd om te oefenen. En Theo benut zijn oefentijd op één of andere manier heel goed. Want bij de volgende Family Jam, een paar maanden later in Utrecht, was hij alweer met spróngen vooruit gegaan. Zeg, wat is jouw geheim? vroeg ik hem.

Karin oefent wel 3 uur per dag op haar sax. (Meer dan ik en waarschijnlijk ook meer dan jij). Karin is ambitieus en ze is dankzij haar toewijding en gedegen lessen toegelaten aan een particuliere muziekopleiding (in het buitenland, waar ze woont). Dat is een fantastische prestatie! Maar toch knaagt er iets bij haar. Want ze werkt wel heel hard, maar ze ervaart weinig vooruitgang en beleeft daardoor weinig plezier aan muziek maken. Slecht voor haar zelfvertrouwen en ze vraagt zich soms af waarom ze dit ook alweer wilde. 
 
In deze TEDx-talk vraagt Jeremy Chapman, musicus en muziekdocent, zich af waar het spel is gebleven in het leren spelen van muziek. Hij houdt een krachtig betoog voor het stimuleren van nieuwsgierigheid en creativiteit in muziekonderwijs, improviseert met het publiek (erg leuk om te zien!) en speelt zelf met zijn gastmusici. Net zoals leren zeggen wat je ergens van vindt, kun je ook leren spelen wat je je ergens bij verbeeldt. Je kunt de TEDx-talk zelf bekijken, of mijn samenvatting (vol spoilers) onder het filmpje lezen. (En dan alsnog besluiten om te kijken). Improvise for Real wordt ook genoemd in deze TEDx-talk.

Heb jij weleens het idee dat je altijd hetzelfde speelt? Dat je niet creatief bent? Dat je niks nieuws kunt verzinnen? Wil je graag meer variatie aanbrengen in je spel? Bekijk dan dit vlog en doe na afloop vooral ook de oefening die uitgelegd wordt. In deze oefening nodig ik je uit om een beroep te doen op je vindingrijkheid. En hierdoor meer variatie in je spel aan te brengen.

"It ain't what you do, it's the way that you do it"

Ben jij je er weleens van bewust wat er in je omgaat tijdens het spelen? Wat je voelt of welke gedachtes je hebt? Let hier eens op tijdens je improvisatie. Speel je moeiteloos? Of is het een worsteling? Ben je bezig met hoe het moet klinken, of sta je open voor wat er op je pad komt? Heb je de lat zo hoog voor jezelf gelegd dat je heel veel moet nadenken tijdens het spelen? Of speel je muziek die je beheerst zodat er ruimte is voor jouw eigen interpretatie? En, vooral, let er eens op of je gevoelens over jouzelf gaan, of over de muziek.

Een vraag die ik inmiddels vaker heb gehoord van cursisten en lezers van mijn blog - luidt: hoe worden mijn ingestudeerde licks onderdeel van mijn spel? De loopjes komen er niet uit wanneer ik een solo speel.

Deze ervaring komt vaker voor dan je denkt. De reden hiervoor is dat bijna elke cursist -die jazz wil leren spelen- teveel informatie in eens tot zich probeert te nemen. Je moet in één keer heel veel informatie onthouden - meestal over licks en ladders - terwijl deze ladders en akkoorden geen werkelijke betekenis voor je hebben. Omdat je nooit de tijd hebt gekregen -of genomen- om de klanken te onderzoeken én te begrijpen hoe het nou écht met akkoorden zit. Er is een wezenlijk verschil tussen enerzijds de klanken op gehoor herkennen (wat vrijwel altijd gepaard gaat met een bepaalde lichaamssensatie) en anderzijds een akkoordenschema proberen te onthouden met behulp van licks en onsamenhangende ladders. Het tweede heeft bovendien weinig te maken met improviseren.

Wat je nodig hebt is een manier van studeren die je leert je eigen stem te vinden. Dit kun je op de volgende manieren oefenen: